1 mei 2025

Signaal uit het veld: het succesverhaal van Linda

Linda Zwitzelaar werkt sinds 1 maart als Telefonisch Verbinder op de locatie Roermond. Sinds 2009 is ze actief in de zorg, op allerlei afdelingen en ook een tijd als zzp’er. Maar na 15 jaar merkte Linda dat ze toe was aan iets anders: “Ik merkte dat dit lichamelijk gezien geen duurzame baan was. Ik was op zoek naar iets met meer rust, maar zeker ook met uitdaging. En ik wilde vooral blijven bijdragen en dienstbaar zijn.”

Een warm welkom

Die zoektocht duurde twee jaar. Tot ze op de website van ClientondersteuningPLUS terechtkwam. “Ik las over de functie van Telefonisch Verbinder en wist: dit past bij mij.” Inmiddels zit Linda op haar plek in Roermond, waar ze samen met drie collega’s het lokale team vormt. “Ik kreeg zelfs een bloemetje toen ik begon. Dat voelde meteen warm.”

In haar rol voert Linda de telefonische intakes met cliënten. “Het is dan aan mij om te zorgen dat de juiste onafhankelijke cliëntondersteuner gekoppeld wordt. Bij mijn eerste intake had ik binnen vijf minuten een passende cliëntondersteuner gevonden. Dat gaf me zo’n enorme kick. Zeker bij urgente situaties voel ik me extra verantwoordelijk. Je hoort schrijnende verhalen, dan wil je dat iemand snel geholpen wordt.”

Ver weg, maar toch dichtbij

Gelukkig staat Linda er niet alleen voor. “Het is een landelijke organisatie, maar ik word vanuit het hele team geholpen. Er kijkt altijd iemand mee als het nodig is. Dat geeft steun en vertrouwen.”

Elke dag is anders, vertelt ze. “Soms heb je vier nieuwe aanmeldingen op één dag. Dan heb je ook vier cliëntondersteuners nodig. Zeker in het begin vond ik het spannend: je kent je collega’s alleen van papier. Sommigen zitten vol, anderen hebben weer heel specifieke expertise. Je leert snel schakelen en zoeken. Het geeft veel voldoening als het dan lukt.”

Niet alleen maar hard werken

Ook de sfeer op kantoor speelt voor Linda een grote rol. “Mijn hondje mag mee naar kantoor, dat vind ik zó fijn. En de lunch? Dat is hier een feestje. De tafel wordt echt gedekt, iedereen luncht samen. Wat je lekker vindt, staat gewoon in de koelkast. Je mag zelfs doorgeven wat je graag wil. Dat voelt echt als saamhorigheid. Ik zeg weleens: ik ben met m’n neus in de boter gevallen. Wat een geluk!”