28 september 2026

PGB-tarieven Wlz stijgen in 2027 

De PGB-tarieven binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) worden per 1 januari 2027 verhoogd met 3,58%. Op het eerste gezicht lijkt dat positief. Toch is er reden tot zorg. De kosten van zorg stijgen en bij verschillende cao’s in de zorg nemen de loonkosten sterker toe dan de indexering van het PGB. Voor budgethouders kan daardoor opnieuw een verschil ontstaan tussen het beschikbare budget en de kosten van de zorg die zij moeten inkopen.

Wat verandert er in 2027?

Door de indexering stijgt het beschikbare PGB, dat hoort bij de verschillende Wlz-zorgprofielen, met 3,58%. Ook de maximale tarieven die vanuit het PGB aan zorgverleners mogen worden betaald, worden aangepast.

De maximale tarieven voor 2027 worden:

  • Formele zorgverlener: maximaal €88,03 per uur
  • Dagbesteding: maximaal €81,12 per dagdeel
  • Informele zorgverlener, bijvoorbeeld een familielid: maximaal €27,95 per uur

Ook enkele toeslagen worden verhoogd. De wooninitiatieventoeslag stijgt naar €6.174 per jaar. De kwaliteitstoeslag voor mensen met een V&V-indicatie die in een wooninitiatief wonen, wordt €5.536 per jaar.

PGB stijgt, maar de zorgkosten stijgen harder

Een indexering van 3,58% betekent niet automatisch dat een budgethouder in 2027 dezelfde hoeveelheid zorg kan blijven inkopen.

Veel formele zorgverleners werken volgens een cao in de zorg of baseren hun tarieven op de daaruit voortvloeiende personeelskosten. Wanneer lonen en andere werkgeverslasten sterker stijgen dan het PGB, ontstaat er een probleem: met hetzelfde aantal PGB-uren kan de noodzakelijke zorg duurder worden dan het beschikbare budget. Dit speelt bijvoorbeeld bij budgethouders die zelf zorgverleners in dienst hebben, maar ook bij ouder- en wooninitiatieven die voor hun zorgverlening afhankelijk zijn van personeel.

De verhoging van het PGB moet daarom vooral worden bekeken in relatie tot de daadwerkelijke stijging van de kosten van zorg.

Wat kan dit betekenen voor een budgethouder?

Wanneer een zorgverlener bijvoorbeeld een hoger uurtarief nodig heeft vanwege gestegen loonkosten, terwijl het PGB minder hard stijgt, kan een tekort ontstaan. Een budgethouder kan dan voor lastige keuzes komen te staan: minder uren zorg inkopen, andere afspraken maken met zorgverleners of onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor aanvullend budget.

Voor mensen die intensieve zorg nodig hebben, is minder zorg inkopen vaak helemaal geen reële mogelijkheid. De zorgbehoefte wordt immers niet kleiner omdat de tarieven stijgen.

Daarom is het verstandig om voor 2027 niet alleen naar het nieuwe PGB-bedrag te kijken, maar een volledige berekening te maken. Wat kost de huidige zorg in 2027 en is het geïndexeerde PGB daarvoor voldoende?

Rol cliëntondersteuners

Voor ons als onafhankelijk cliëntondersteuners is dit een belangrijk onderwerp om tijdig met cliënten en vertegenwoordigers te bespreken. Zeker bij cliënten die veel individuele begeleiding of persoonlijke verzorging inkopen, personeel in dienst hebben of in een PGB-gefinancierd wooninitiatief wonen.

Het is van belang om samen een vergelijking te maken tussen het beschikbare budget in 2026 en 2027. Zet daar vervolgens de verwachte zorgkosten tegenover. Zo wordt vroeg zichtbaar of er een tekort dreigt en kan worden bekeken welke mogelijkheden er zijn.

De indexering van 3,58% is dus welkom, maar biedt niet vanzelfsprekend voldoende compensatie voor de stijgende kosten van zorg. Uiteindelijk gaat het er niet alleen om hoeveel het PGB op papier stijgt, maar vooral of een budgethouder daarmee in 2027 nog dezelfde noodzakelijke zorg kan blijven organiseren.