Toen we jaren geleden met ClientondersteuningPLUS begonnen, waren we met een kleine, maar sterke groep onderaannemers. Het was een club van zo’n zeven mensen met enorm veel kennis en ervaring in de gehandicaptenzorg. Zij waren goud waard voor de start en vorming van onze organisatie. Die eerste groep bracht niet alleen vakkennis en netwerk mee, maar ook nieuwe mensen: de één bracht de ander aan. Zo groeiden we samen. In die beginjaren waren de onderaannemers zelfs ‘belangrijker’ dan de mensen in loondienst, want zij waren de drijvende kracht achter ClientondersteuningPLUS.
De verschuiving naar meer vaste collega’s
In de loop der jaren is dat beeld veranderd. De organisatie is gegroeid, er zijn meer mensen in dienst gekomen en de verhouding is langzaam verschoven. Dat wilden we ook. Want hoewel de samenwerking met zzp’ers jarenlang goed heeft gewerkt, brengt het ook risico’s met zich mee. Een onderaannemer is ondernemer. Als iemand besluit drie maanden vrij te nemen, hebben wij als organisatie een uitdaging. Dat is gelukkig nooit gebeurd, maar die kwetsbaarheid is er wel.
Daarnaast zagen we al langer aankomen dat de wet- en regelgeving rondom zzp’ers zou veranderen. De Wet DBA is al jaren geleden ingevoerd, maar vanaf 1 januari 2025 wordt er ook echt gehandhaafd. Er kunnen vanaf 2026 boetes worden opgelegd als er sprake is van schijnzelfstandigheid en verschuldigde afdrachten kunnen met terugwerkende kracht worden ingevorderd bij de werkgever. Dus was 2024 voor ons hét moment om hier zorgvuldig mee aan de slag te gaan, want dat grote risico kunnen we niet nemen.
Onderzoek en samenwerking
Na de zomer van 2024 hebben we met een kleine werkgroep, bestaande uit drie onderaannemers en collega-directeur Wim Slot, de situatie goed onderzocht. We hebben advies ingewonnen bij Ernst & Young, omdat zij vanuit hun expertise objectief naar de situatie kunnen kijken. Het was een intensief traject met veel gesprekken, vragen en terugkoppelingen. Uiteindelijk kwamen we samen tot de conclusie dat er in onze constructie juridisch sprake hoorde te zijn van een arbeidsovereenkomst. Dat besef kwam even binnen, maar gaf ook duidelijkheid. We wisten wat ons te doen stond.
Op zoek naar een passende vorm
Vanaf dat moment begon de zoektocht naar een nieuwe manier van samenwerken. Het was voor mij belangrijk dat iedereen zich er goed bij zou voelen. Ik wilde iets creëren dat recht doet aan ieders betrokkenheid en vrijheid, maar wél binnen de wettelijke kaders past. Zo kwamen we uit bij de arbeidsovereenkomst op basis van de jaarurennorm.
In die overeenkomst spreken we met elkaar af hoeveel uur iemand per jaar werkt. Wanneer die uren worden gemaakt, bepalen mensen zelf. Als iemand in januari en februari vrij wil zijn en daarna weer vol aan de slag gaat, dan kan dat gewoon. Die flexibiliteit blijft behouden, maar we doen het op een manier die juridisch klopt. We noemen het ‘Het overgangsrecht’ en geldt alleen voor de groep onderaannemers waar we al mee werkten.
Per 1 december gaat deze nieuwe vorm officieel van start. Van de 21 nog actieve onderaannemers die we nu hebben, maken er 17 de overstap naar een arbeidsovereenkomst. Samen vertegenwoordigen zij meer dan 90% van de uren van de hele groep. Vier mensen stoppen.
Persoonlijk contact en zorgvuldige keuzes
De afgelopen zomer ben ik door het hele land gereden om met iedereen persoonlijk te lunchen. Ik wilde niet alleen afspraken bespreken, maar ook echt het gesprek aangaan. Hoe zitten we in de samenwerking? Wat heeft iemand nodig om met een goed gevoel verder te gaan?
Het was voor mij belangrijk om deze overgang met aandacht te doen. We hebben veel geregeld: afspraken over vakantie, pensioenopbouw en andere rechten. Er zullen vast nog dingen zijn die we moeten bijstellen, maar daar nemen we de tijd voor.
Vertrouwen in de toekomst
Wat ik vooral voel, is trots. Trots op hoe we dit samen hebben gedaan. Veel organisaties wachten af of proberen de regels te omzeilen, maar dat past niet bij ons. Een wet is een wet en daar moeten we als werkgever en ondernemer zorgvuldig mee omgaan. Wij hebben een verantwoordelijkheid naar alle mensen die inkomensafhankelijk zijn van ClientondersteuningPLUS.
Ik kijk met vertrouwen naar deze nieuwe fase. Natuurlijk zullen we onderweg nog wat administratieve hobbels tegenkomen, maar dat lossen we samen op. Sommige collega’s vinden het juist prettig om nu dichter bij de organisatie te staan en meer bij te dragen aan de verdere ontwikkeling.
Het is een verandering die goed voelt. De vorm verandert, maar de samenwerking blijft. Met hetzelfde doel, dezelfde betrokkenheid en hetzelfde hart voor de cliënt. Dat maakt dit, onderaan de streep, een heel positief verhaal.
Caroline van der Hek | Directeur bij ClientondersteuningPLUS

