Er was eens... - ClientondersteuningPLUS
Er was eens…

Er was eens een ideetje dat ontstond in iemands hoofd. Het groeide en groeide en haakte aan bij andere ideetjes in andere hoofden. Langzaamaan werd het idee groter en groter. Toen het zo groot was dat het niet meer in meerdere hoofden paste, veranderde het in een tekening van een woning. Ook de tekening groeide, de woning werd een groot kasteel. Met torens, een slotgracht, tuinen en heel veel kamers om mensen te laten wonen die zorg nodig hadden. En na verloop van tijd werd de tekening werkelijkheid. Het kreeg de naam: “het geweldige-mooie-leuke-bijzondere-fantastische kasteel waar iedereen wil wonen”. Bij het horen van de naam weenden de mensen van blijdschap.

Heel veel mensen waren blij met het kasteel en kwamen geschenken brengen toen het geopend werd. Bij de ophaalbrug stonden de gebroeders Peperkoek. Zij stonden bekend om de snelheid waarmee zij op de foto gingen met beroemdheden en om de haast die zij hadden om weg te komen als er gedoe was. Zij bewaakten het kasteel en bepaalden wie er kwamen wonen.

Er wilden een heleboel mensen in het kasteel komen wonen. En die mensen hadden ook veel zorg nodig. Iedereen mocht daarbij komen helpen. Het kasteel en zijn bewoners waren blij en straalden. Er vloeiden tranen van vreugde.

Helaas bleek dat sommige zorg moeilijker te regelen was, dus kwam er een regelaar. Het bleek een lastige taak, want de regelaar bleef nooit lang. En als hij wegging dan kwam de volgende, en de volgende en de volgende…

Op een dag kwam er een nieuwe regelaar die de zaken eens goed wilde aanpakken. En dat gebeurde ook. Helaas niet helemaal zoals de bewoners dat wilden. Een van hen mocht niet meer met zijn knuffel in bed slapen. “We geloven niet in sprookjes”, zei de regelaar. Het kind huilde tranen van verdriet. Zijn ouders vroegen of dit niet anders kon, maar de regelaar was streng. Hij zei dat ze niet moesten zeuren, anders konden ze vertrekken. Wat dachten ze wel, sprookjes vind je alleen in de Efteling.

Toen de regelaar merkte dat ze (met enige hulp van anderen) kon doen wat ze wilde, probeerde ze dat vaker. Steeds meer kinderen mochten niet met een knuffel in bed slapen en naar ouders werd niet meer geluisterd. Er ontstond een kille sfeer in het kasteel…

Langzaamaan veranderde de naam van het kasteel. Nou was het ook een lange naam die lastig te onthouden was, dus men noemde het maar “gewoon kasteel”. Zoals je er zoveel had. Waar je ook niet met een knuffel mocht slapen en er niet naar ouders geluisterd werd. Daarover huilde het kasteel bittere tranen, want het vond zijn eigen naam zo prachtig. Een aantal bewoners en ouders huilden mee. Het was maar goed dat er een slotgracht was, anders was de hele stad ondergelopen.

Maar in het bovenste torenkamertje ligt nog een klein stukje van het oorspronkelijke idee verscholen. Dat hoopt dat het weer kan gaan groeien. Dat bewoners weer blij zullen zijn en dat er naar ouders wordt geluisterd. Met die gedachte probeert het de donkere en koude tijd door te komen. Omdat het soms mogelijk moet zijn om in sprookjes te geloven.