14 oktober 2025

De gevolgen van een vage regel in de Rlz: risico voor mensen met een PGB

Soms lijkt een kleine toevoeging aan een regeling onschuldig, maar schijn bedriegt. In de recente consultatie over de Regeling langdurige zorg (Rlz) is een nieuwe bepaling voorgesteld die grote gevolgen kan hebben voor iedereen met een PGB. Een maatregel die vaag is, ruimte laat voor willekeur en die de verantwoordelijkheid dreigt te verschuiven van het zorgkantoor naar de cliënt of diens vertegenwoordiger. Dat is zorgelijk.

Wat staat er in de nieuwe toevoeging?
De consultatie betreft een voorgenomen aanpassing:

“Bij de verlening van een persoonsgebonden budget kunnen aan de verzekerde verplichtingen worden opgelegd die betrekking hebben op de kwaliteit en doelmatigheid van de in te kopen zorg.”

Wat wordt er bedoeld met ‘kwaliteit’ en ‘doelmatigheid’? Waar wordt dat aan getoetst? En wie bepaalt of het voldoende is? Deze begrippen zijn niet helder omschreven. Daardoor ontstaat het risico dat elk zorgkantoor hier zelf invulling aan geeft. Ook is er onduidelijk over hoe het zorgkantoor deze toetsing kan en mag uitvoeren.

Rechtsongelijkheid tussen cliënten
In de praktijk betekent dit dat mensen met een vergelijkbare situatie, afhankelijk van het zorgkantoor waar ze onder vallen, verschillend worden behandeld. Waar het ene zorgkantoor – of zelfs een medewerker – oplegt om informele (goedkopere) zorg in te zetten, kan de ander zeggen dat dit niet doelmatig is of kwalitatief niet passend. Niet de zorgvraag van de cliënt is leidend, maar de interpretatie van het zorgkantoor. Dit leidt tot een toename van rechtsongelijkheid tussen inwoners met een PGB en de kans dat zorgkantoren hun eigen interpretatie van de wet opleggen, zonder duidelijke controle of toetsing.

Misleidende voorbeelden
In de toelichting op de wijziging wordt een voorbeeld gebruikt van een voorbehouden of risicovolle handeling, maar juist voor dit soort handelingen gelden nu al wettelijke eisen wie dat mag uitvoeren, wie bevoegd is en wanneer je bekwaam bent. Deze maatregel lost dus niets op. Integendeel, het wekt de indruk dat cliënten nu maar wat doen. Dat klopt niet. PGB-houders willen juist goede, passende zorg en hebben vaak juist behoefte aan korte lijnen voor professioneel advies. Deze regeling kan alleen werken als PGB-houders directe toegang hebben tot deskundig zorgadvies, bijvoorbeeld via korte lijnen voor incidentele vragen.

Kosten en inefficiëntie in reguliere zorg
Het wordt steeds duidelijker dat intensieve en complexe zorg steeds vaker door reguliere zorgorganisaties niet kostenefficiënt wordt gevonden. Mensen worden geweigerd met als reden ‘kunnen wij niet bieden’ of ‘niet passend’, terwijl zwaardere zorg wel degelijk nodig is. Als je dan met een PGB zelf de zorg wil organiseren die wél werkt, moet je vervolgens vechten om het budget rond te krijgen, omdat er wordt gesteld dat instellingszorg doelmatiger zou zijn. En dat terwijl de doelmatigheid van PGB-zorg juist vaak hoger is, zeker als het gaat om de inzet van informele zorg. Er zijn al situaties waarin zorgkantoren aangeven dat een ZIN-organisatie bepaalde zorg kan bieden, maar de zorgorganisatie aangeeft het niet te kunnen, terwijl de NZa-tarieven geregeld veel hoger zijn dan de PGB-tarieven voor dezelfde zorg.

Problemen rondom MPT en PGB
Ook het huidige systeem van zorg in natura (ZIN) en modulair pakket thuis (MPT) zorgt voor onnodige problemen. Zodra er iets verandert in de ZIN, moet je opnieuw PGB op maat of EKT aanvragen, ook als de zorginhoud in PGB hetzelfde blijft. De rekenmodules leggen niet altijd de juiste relatie tussen PGB en ZIN vast ten gevolge van vele regels en zorgen eerder voor verwarring dan voor duidelijkheid.

Bij vragen over de rekenmodules en ingediende reserveringen geeft het zorgkantoor aan dat er wordt uitgegaan van goed vertrouwen tussen de ZIN-aanbieder en het zorgkantoor. In de praktijk blijkt echter dat veel organisaties moeite hebben om deze rekenmodules te delen, waardoor onduidelijkheid ontstaat over de daadwerkelijke inzet van zorg. Wij zien meerdere voorbeelden waarin cliënten feitelijk minder zorg ontvangen dan waarvoor uren worden gereserveerd en vermoedelijk gedeclareerd, soms zelfs met een verdubbeling in de berekende tijd ten opzichte van de geleverde zorg. Dat maakt ZIN-zorg in de praktijk minder doelmatig dan zorg vanuit een PGB.

In ZIN-constructies wordt een overhead van bijna de helft als acceptabel beschouwd, terwijl daarbovenop vaak ook nog administratietijd of coördinatietijd wordt gerekend. Als er dus eisen worden gesteld aan doelmatigheid, zou de meeste winst te behalen zijn binnen de ZIN-zorg, waarbij het belangrijk is dat goed functionerende aanbieders niet de dupe worden van partijen die de regels minder zorgvuldig naleven.

Geen helder kader voor kwaliteit en doelmatigheid
Wat is eigenlijk goede zorg? Wanneer is iets doelmatig? Het is op dit moment niet eenduidig vastgelegd. Toch worden PGB-houders hier nu al op afgerekend. Tegelijkertijd wordt kwaliteit in de reguliere zorg vooral gemeten met vinkjes en papierwerk. Of iemand daadwerkelijk geholpen is, lijkt minder belangrijk.

Oneerlijke controles, geen actie bij fraude
Wat we zien, is dat zorgkantoren soms ver gaan in hun controle op PGB-mantelzorgers, tot het opvragen van medische gegevens aan toe. Tegelijkertijd blijven meldingen van fraude in reguliere (ZIN) zorg vaak liggen. Er is geen balans: PGB-houders worden terecht en goed gecontroleerd, maar publieke opinie beïnvloedt veel fraude terwijl bij zorginstellingen er veel gaat op goed vertrouwen en de grote cijfers.

Wat is er wél nodig?
Als we willen dat zorg met een PGB verantwoord wordt ingezet, moeten we heldere voorwaarden stellen. Niet vaag of open voor interpretatie, maar concreet en werkbaar. Waarbij het individu, zijn leefomgeving en zijn noden centraal staan. Wat helpt wel?

  • Heldere kwaliteitscriteria en doelmatigheid vaststellen voordat er verplichtingen worden opgelegd.
  • Tarieven en functieschalen ontwikkelen in PGB om eerlijke zorgkosten te waarborgen.
  • Zorgkantoren verantwoordelijk houden voor hun zorgplicht.
  • Een register met betrouwbare PGB-zorgorganisaties publiceren, zodat cliënten weten waar ze terecht kunnen.
  • Fraudezaken actief opvolgen.

Conclusie
De voorgestelde wijziging in de Rlz lijkt klein, maar is allesbehalve onschuldig. Het is een maatregel die problemen verplaatst in plaats van oplost. Die leidt tot rechtsongelijkheid, willekeur en onzekerheid. Het zorgt vooral voor meer druk bij mensen die vaak al aan het uiterste van hun kracht zitten. Zonder duidelijke definities van kwaliteit en doelmatigheid, en zonder structurele oplossingen voor bestaande knelpunten, dreigt deze maatregel de positie van kwetsbare zorgvragers ernstig te verslechteren.

Bij ClientondersteuningPLUS staan we naast cliënten. Wij zien elke dag wat er goed gaat en wat beter kan. Deze wijziging? Die hoort thuis in de prullenbak.

Ris Keizer – onafhankelijk cliëntondersteuner bij ClientondersteuningPLUS