Soms moet je gewoon de stoute schoenen aantrekken. Dat is precies wat Daphne, operationeel directeur bij ClientondersteuningPLUS, deed. Al jaren wordt er gesproken over het vormen van een gezamenlijke brancheorganisatie voor onafhankelijke cliëntondersteuningsorganisaties, maar tot nu toe bleef het bij pogingen. Verschillende belangen, uiteenlopende typen organisaties en de dagelijkse drukte maakten het lastig om echt samen op te trekken. Maar door plannen van de zorgkantoren, is de noodzaak om het nu wel te doen groot.
Een duidelijke aanleiding
In het voorjaar kregen alle organisaties binnen de OCO-wereld een addendum op het inkoopkader 2026. Daarin staat dat vanaf 2027 alleen nog wordt gecontracteerd met partijen die zich hebben verenigd in een brancheorganisatie. Organisaties die niet aansluiten, lopen het risico buiten de boot te vallen en niet meer gecontracteerd te worden.
“De aanleiding was te serieus om te laten liggen,” vertelt ze. “Ik heb onze concullega’s een mail gestuurd met de vraag: zullen we het nog eens proberen? Want als we dit niet samen doen, bestaat ons vakgebied straks misschien niet meer in de vorm zoals we dat nu kennen.”
De dag zelf
Op 14 oktober was het zover: Daphne organiseerde de eerste brancheorganisatiedag bij ClientondersteuningPLUS in Zeist, samen met Janneke Smink van MEE NL. Zo’n 30 mensen van 14 verschillende organisaties kwamen samen. De bijeenkomst werd geleid door een onafhankelijke gespreksleider, zodat iedereen aan dezelfde kant van de tafel kon zitten.
De sfeer was open, relaxed en transparant. “Iedereen voelde dat we veel gezamenlijke belangen hebben,” zegt Daphne. “De onafhankelijkheid van ons werk staat onder druk. Daar moeten we samen voor gaan staan.”
De middag begon met koffie, thee en taartjes en een warm welkom verzorgd door Klaartje (Team Lead) en Chantal (Office Manager). De theateropstelling, notitieboekjes en flesjes water zorgden voor een professionele, maar toegankelijke setting. Er waren plenaire gesprekken en kleine break-outsessies, waarin deelnemers in groepjes van twee of drie met elkaar spraken over kansen, risico’s en mogelijke vormen van samenwerking. “Het was mooi om te zien dat de conclusies van die groepjes zo goed op elkaar aansloten,” vertelt Daphne. “Iedereen kwam eigenlijk tot hetzelfde punt: we moeten dit doen, linksom of rechtsom.”
Een nieuw begin
Het bijzondere aan deze bijeenkomst was niet alleen de opkomst, maar ook de sfeer. Waar eerdere pogingen vooral strandden op verschillen, overheerste nu het gevoel van verbondenheid. De afgelopen maanden zaten veel OCO-organisaties al gezamenlijk (online) aan tafel met het VWS en de zorgkantoren. Dat heeft volgens Daphne gezorgd voor meer onderling begrip.
“Er is een band ontstaan,” legt ze uit. “We hebben allemaal hetzelfde belang: de onafhankelijke positie van de cliëntondersteuner behouden. We weten ook dat er meer dan genoeg werk is. De uitdaging is vooral: hoe organiseren we een brancheorganisatie op een manier die voor iedereen haalbaar is; van de grote organisaties tot de kleine samenwerkingsverbanden van zzp’ers?”
De volgende stap
De dag werd afgesloten met enthousiasme, maar ook met realisme. Want het is natuurlijk wel spannend. Gaat het lukken om één organisatie op te richten waar iedereen zich in herkent? Daphne is optimistisch. “Wat mij betreft was dit een geslaagde eerste sessie. Er is commitment, er is vertrouwen en er is daadkracht. Daarom heb ik er alle vertrouwen in dat het dit keer gaat lukken.”
De komende tijd werkt een kleinere werkgroep – met vertegenwoordigers van verschillende organisaties – verder aan de vervolgstappen. In januari staat de volgende bijeenkomst gepland.
Caroline, directeur van ClientondersteuningPLUS, was onder de indruk van de sfeer: “Dit voelde echt anders dan voorgaande keren. We willen allemaal verder met elkaar. Het was een positieve middag.”
Verbinden in plaats van verdelen
De conclusie van de dag was helder: er zijn veel meer voordelen aan samenwerken dan aan verdeeld blijven.
Daphne vat het mooi samen: “We hebben elkaar hard nodig om cliënten op een onafhankelijke manier te kunnen blijven helpen. Zeker nu de druk op doelmatigheid toeneemt en de middelen beperkt zijn. We staan allemaal voor hetzelfde doel: mensen écht verder helpen, vanuit een onafhankelijke positie. Dat verbindt ons.”

