Enkele maanden geleden ben ik op huisbezoek geweest omdat mijn cliënte een appartementje in een verpleeghuis krijgt aangeboden. Dat wil mevrouw echter nog niet; zij vindt dat ze nog wel een tijdje thuis kan wonen, want dat gaat prima.
Steun van partner en kinderen
Prima is natuurlijk een ruim begrip. Wat ik zie is dat mevrouw zich enigszins redt, maar dat dit vooral komt omdat haar partner en kinderen veel overnemen. En er is een thuiszorg die meermaals per dag komt helpen. Ook gaat ze vier dagen per week naar een dagbesteding. De boel is aardig gestut rondom mevrouw.
Haar partner is echter ook de jongste niet meer. De kinderen willen helpen, maar hebben ook hun eigen werk en gezinnen. Eigenlijk houdt iedereen het vol met het idee dat het enkele maanden duurt voor er een geschikte plek voor mevrouw is, zodat de zorg in ieder geval geregeld is.
Een plek dicht bij huis
En die plek kwam er; in eigen dorp. Voor partner lopend te bereiken en op korte afstand van enkele van de kinderen. Mevrouw zegt echter “nee”. Dat is begrijpelijk. Ze is ruim 50 jaar getrouwd, woont al jaren in hun woning en heeft altijd veel contacten in de buurt gehad. Dat wil zij niet kwijt.
Ik heb gevraagd of mevrouw het idee had dat het thuis ook langere tijd te regelen was. Ze zag daar geen probleem in, ook niet na weerwoord van partner en één van de kinderen. Ik probeer uit te leggen dat mensen soms niet op tijd kiezen en er daarna soms niets meer te kiezen valt. Mevrouw vindt mij nogal pessimistisch. Ze blijft thuis.
En dan valt ze…
Het eind van het jaar komt in zicht. Thuiszorg heeft minder personeel, kinderen zijn afwisselend op vakantie. Mevrouw valt, breekt haar heup en komt in het ziekenhuis terecht. Ze krijgt revalidatie maar herstelt niet helemaal. Ineens is ze veel meer zorgafhankelijk. Partner en kinderen geven aan dit niet meer op te kunnen vangen. Helaas is er op dat moment geen plaats in het verpleeghuis van voorkeur en mevrouw moet tijdelijk ergens anders heen.
De nieuwe plek is onhandig te bereiken met openbaar vervoer, waardoor de partner niet iedere dag langs kan komen. Mevrouw maakt weinig contact met andere bewoners want “ze gaat zo snel mogelijk toch weer weg”. Dat duurt echter nog een tijd, waardoor ze behoorlijk vaak alleen is en zich eenzaam voelt. Haar humeur wordt er niet beter op en bezoek komt langzaamaan ook minder vaak. Al met al een lastige periode.
Toch weer plek
Gelukkig is mevrouw ondertussen weer verhuisd naar het verpleeghuis in haar eigen dorp. Om te helpen met het regelen van wat zaken, kom ik daar nog een keer op bezoek. Mevrouw begroet me met de opmerking; “Ja, houd jij je mond maar, ik weet het”. Wel met een glimlach en knipoog.
Zo zie je maar: het is heel fijn en goed dat mensen zelf beslissingen mogen maken, maar onafhankelijke cliëntondersteuning kan toch een fijn duwtje in de richting geven. Ook al wordt daar niet altijd meteen naar geluisterd…
Peter van Wolferen, onafhankelijk cliëntondersteuner bij ClientondersteuningPLUS

